Wet betreffende de rechten van vrijwilligers 

 Op 1 augustus 2006 treedt de Wet betreffende de rechten van de vrijwilligers dd 3 juli 2005 (BS 29 augustus 2005) in werking.

1. Wie kan vrijwilligerswerk verrichten?

Vrijwilligerswerk wordt in de wet gedefinieerd als een activiteit die onbezoldigd en onverplicht door een natuurlijk persoon wordt verricht voor een organisatie zonder winstoogmerk waarmee men niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling.

In principe kan iedereen vrijwilligerswerk verrichten. Voor bepaalde categorieën is de mogelijkheid tot vrijwilligerswerk echter afhankelijk van een voorafgaandelijke aangifte.

Werklozen - loopbaanonderbrekers - bruggepensioneerden: voorafgaande aanvraag via formulier C45B en het akkoord van de directeur van het werkloosheidsbureau zijn noodzakelijk. In de nieuwe wet is voorzien dat indien er geen beslissing is genomen door de RVA binnen de 2 weken na ontvangst van een volledige aangifte, het vrijwilligerswerk wordt aanvaard. Een eventuele negatieve beslissing van de RVA buiten deze termijn van 2 weken, kan enkel betrekking hebben op latere vrijwilligersactiviteiten.

  • Gepensioneerden: geen melding meer nodig aan de Rijksdienst voor Pensioenen
  • Zieken met vervangingsinkomen: toelating adviserend geneesheer is nodig

De nieuwe wet voorziet een uitsluiting om vrijwilligerswerk te verrichten voor wie reeds met een arbeidsovereenkomst of op zelfstandige basis (diensten- of aannemingscontract ) met de vzw verbonden is. Minister Demotte stelt in de Commissie voor de Sociale Zaken van 19 oktober 2005 dat een cumulatie van verloonde arbeid en een vrijwilligersprestatie bij eenzelfde organisatie wel kan indien de vrijwilligersorganisatie volledig los staat van de prestaties als werknemer.

Opgelet: de statutaire aanstelling waarvan sprake in de wet heeft betrekking op de tewerkstelling als ambtenaar in een publieke rechtspersoon, niet op de raad van bestuur.

2. Forfaitaire onkostenvergoeding

Ondanks het feit dat het vrijwilligerswerk onbezoldigd is, kan de vrijwilliger een onkostenvergoeding krijgen. Dit kan een terugbetaling zijn van werkelijk gemaakte onkosten waarvan de bewijsstukken in de boekhouding worden bewaard. De vzw kan ook een forfaitaire onkostenvergoeding uitbetalen waarvoor geen bewijzen nodig zijn. Beide systemen van onkostenvergoeding zijn niet te cumuleren.

De forfaitaire onkostenvergoeding is aan een driedubbele maximumgrens onderworpen :
max. 24,79 EUR per dag, max. 600,00 EUR per kwartaal en max. 991,57 EUR per jaar (dit zijn de niet-geïndexeerde basisbedragen - bedragen worden jaarlijks geïndexeerd).

De geïndexeerde bedragen voor 2006 zijn:
27,92 EUR per dag - 675,72 EUR per kwartaal - 1116,71 EUR per jaar

De kwartaalgrens die door de nieuwe wet wordt ingevoerd, moet pas vanaf 1 augustus 2006 nageleefd worden.

Deze vergoedingen zijn vrij van RSZ en niet belastbaar indien de drie bovenvermelde grenzen worden gerespecteerd.

De grenzen moeten per vrijwilliger en niet per vzw nageleefd worden.

Belangrijk is dat de vzw een nominatieve lijst bijhoudt van wie welke vergoeding voor welke prestatie ontvangt.

Opgelet: Voor sommige categorieën van vrijwilligers is een andere regeling van onkosten voorzien (vb voetbalclubs).

3. Verzekering

De nieuwe wet verplicht elke organisatie om een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid af te sluiten die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid dekt van de vzw, met uitzondering van de contractuele aansprakelijkheid . Een verzekering lichamelijke ongevallen of rechtsbijstand is nog niet verplicht.

4. Welke verplichtingen heeft een vzw indien zij vrijwilligers tewerkstelt?

  • Voor een vrijwilliger moet er geen dimona-aangifte worden gedaan. Wel moet hij in een vrijwilligersregister ingeschreven worden.
  • De vrijwilliger moet een exemplaar van het arbeidsreglement krijgen.
  • De Arbeidswet (zondagsarbeid, nachtarbeid, ...) en de ARAB-reglementering zijn ook van toepassing op een vrijwilliger. Uitzonderingen via KB zijn mogelijk.
  • Afleveren van een organisatienota

De nieuwe wet verplicht de vzw om aan de vrijwilliger een organisatienota te overhandigen vooraleer de vrijwilliger met het werk start. Een model hiervan staat op onze website ter beschikking van de leden onder de rubriek downloads - modellen - sociale wetgeving.

In deze organisatienota moeten volgende gegevens opgenomen worden:

  • Juridisch statuut van de organisatie en sociale doelstelling
  • Vermelding dat de vzw een verzekering burgerrechtelijke aansprakelijkheid heeft afgesloten
  • Vermelding van andere verzekeringen die voor de vrijwilliger werden afgesloten (vb lichamelijke ongevallen, rechtsbijstand)
  • Vermelding of al dan niet een onkostenvergoeding wordt uitbetaald. Indien dit het geval is, welke soort (reële of forfaitaire onkostenvergoeding).
  • Melding dat de vrijwilliger gehouden is tot een geheimhoudingsplicht betreffende geheimen die de vrijwilliger verneemt tijdens de vrijwilligersactiviteit. Art.458 van het Strafwetboek moet integraal in de nota opgenomen worden.

5. Aansprakelijkheid

De vzw is burgerlijk aansprakelijk voor de schade die de vrijwilliger aan de organisatie en aan derden berokkent bij het verrichten van het vrijwilligerswerk, behalve in volgende gevallen:

  • Bedrog van de vrijwilliger
  • Zware fout van de vrijwilliger
  • Lichte fout van de vrijwilliger die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt

6. Bestuurders

Is een onbezoldigd bestuurder een vrijwilliger ? Indien ja, dan moet er door elke vzw waarvan de bestuurders vrijwillig en onbezoldigd hun mandaat uitoefenen, een verzekering burgerrechtelijke verzekering afgesloten worden. Bovendien moet in dit geval aan elke onbezoldigde bestuurder een organisatienota overhandigd worden.

Minister Demotte heeft in de Commissie voor de Sociale Zaken van 19 oktober 2005 geantwoord dat bestuurders van organisaties ook onder het toepassingsgebied van de nieuwe wet vallen.